Rellen door jongeren: hoe gaat ons recht hier mee om? 

21-10-2026

De voorbije weken stonden in het teken van protest. Op vrijdag 9 oktober 2026 mondde een grote betoging in Brussel uit in zware rellen, met amok en heel wat vernielingen. Ook in Luik liep het onderwijsprotest uit de hand: winkelruiten sneuvelden, straatmeubilair werd kapotgeslagen en een bushokje ging in vlammen op. Volgens de berichtgeving in de media waren bij heel wat van die feiten minderjarigen betrokken.

Naar huis door plaatsgebrek

In Brussel werden zestien minderjarigen opgepakt. Voor drie van hen vroeg de jeugdrechter een plaatsing in een gesloten jeugdinstelling, gezien de bijzondere ernst van de feiten. Toch mochten ze naar huis: er was simpelweg geen plaats. Het parket betreurt dat en benadrukt dat een gebrek aan plaatsen nooit de werkelijke reden mag zijn voor een vrijlating. Het gevolg laat zich raden: bij jongeren én bij het brede publiek groeit een gevoel van straffeloosheid.

Een eigen kader voor minderjarigen

Een minderjarige die de wet overtreedt, pleegt juridisch gezien geen misdrijf, maar een jeugddelict. Jongeren worden in principe niet bestraft zoals volwassenen. Het jeugdrecht zet in op een snelle en gepaste reactie of sanctie, op herstel en wijst jongeren op hun verantwoordelijkheid.

Wat kunnen parket en jeugdrechter doen?

Bij ernstigere feiten gaat de zaak naar de jeugdrechter. Die beschikt over een ruime waaier aan maatregelen: een plaatsing in een voorziening, een gemeenschapsdienst, een leerproject of het opleggen van voorwaarden behoren tot de mogelijkheden.

Ook de roep om (verplichte) gemeenschapsdienst klonk de voorbije dagen luid in het publieke debat.

Wie betaalt de schade?

Naast de vraag naar een gepaste reactie voor de schadeveroorzakers, rijst ook de vraag wie opdraait voor de vernielingen. Sinds 1 januari 2025 regelt het nieuwe Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek de buitencontractuele aansprakelijkheid. Een kind jonger dan twaalf jaar is zelf niet aansprakelijk. Vanaf twaalf jaar kan een minderjarige wel persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor de schade die hij door zijn fout veroorzaakt, al kan de rechter de vergoeding dan matigen.

Daarnaast stelt de wet de ouders aansprakelijk voor de schade die hun minderjarig kind veroorzaakt. Is het kind jonger dan zestien jaar, dan zijn de ouders aansprakelijk, ook zonder eigen fout. Voor een jongere van zestien of zeventien kunnen de ouders hieraan nog ontsnappen door te bewijzen dat zij geen fout maakten in het toezicht. Een benadeelde winkelier of stad kan zich dus rechtstreeks tot de ouders wenden. De familiale verzekering kan soms tussenkomen, maar bij opzettelijke vernielingen is dat niet vanzelfsprekend.

Wetten zonder middelen

De praktijk leert dat het juridische kader slechts zo sterk is als de middelen om het toe te passen. Een maatregel die niet kan worden uitgevoerd, verliest zijn geloofwaardigheid.

Daarom deze oproep aan de overheid: blijf investeren in politie, justitie en jeugdhulpvoorzieningen. Het jeugdrecht draait immers niet alleen om sanctioneren. Sommige jongeren moeten beschermd of ondersteund worden, omdat hun welzijn of ontplooiing onvoldoende wordt gewaarborgd door het gezinsmilieu.

Graag meer info of advies? 

Wordt jouw zoon of dochter verdacht van een jeugddelict, of ontvang je als ouder een oproeping van het parket of de jeugdrechter? Of word je aangesproken voor schade die jouw kind zou hebben veroorzaakt? Een minderjarige heeft in jeugdzaken steeds recht op bijstand van een advocaat. Ons gespecialiseerd team bij Alta Advocaten staat voor je klaar.

Bronnen:

VRT NWS, "Parket Brussel betreurt vrijlating van minderjarige relschoppers na betoging", 11 oktober 2026.

VRT NWS, "Minister na harde kritiek van het parket: 'Plaatsen in jeugdzorg bijcreëren kost tijd'", 11 oktober 2026.

Decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht.

Wet van 7 februari 2024 houdende boek 6 "Buitencontractuele aansprakelijkheid" van het Burgerlijk Wetboek.


Share